Ambtenaren en een kaartverkoopster
12/06/10Op 24 mei ben ik vertrokken naar Tanzania om onderzoek te doen voor mijn masterscriptie. Ik ben aangehaakt bij een groot project en we gaan gegevens verzamelen rond het Victoriameer over reproductieve gezondheid. Van 24 mei tot en met 5 juni zat ik in Dar es Salaam. De eerste dag zijn we naar de universiteit gegaan om onze Tanzaniaanse collega’s weer te zien en te bespreken wat we allemaal moesten regelen. We moesten een verblijfsvergunning aanvragen en dat had prioriteit. We hadden dit in Nederland al voorbereid en gelezen wat we hier allemaal voor mee moesten nemen. Eenmaal aangekomen bleek dat we ook een brief van de decaan van de universiteit hebben nodig hadden. Dat werd een dag later, want hij was er even niet, ‘s-middags konden we het ophalen. De immigratiedienst is alleen ‘s-ochtends open, dus dat werd nog een dag later. Daar aangekomen met een noodpaspoort en een pakket papier waar je rugklachten van krijgt (we hadden wel 20 verschillende brieven en 6!pasfoto’s), vertelde ze ons dat we kopieen van onze diploma’s moesten overleggen. Dat stond niet op het lijstje wat het Tanzaniaanse consulaat ons verstrekt had. Dat werd bellen naar Nederland en de volgende ochtend met geprintte diploma’s voor de tweede keer naar de immigratiedienst. Gelukkig was ons noodpaspoort geen probleem en ons dossier werd in behandeling genomen. We kregen te horen dat we 10 juni (bijna 2 weken later) terug konden komen om het op te halen. Gelukkig kent een van onze Tanzaniaanse collega’s iemand bij de immigratiedienst, dus die heeft druk zitten bellen. Bijna een week later kregen we plotseling een telefoontje dat onze vergunningen klaar lagen voor betaling. Derde keer naar de immigratiedienst en 240 dollar schokken. De man schreef op ons bonnetje dat we ze de volgende dag op konden halen. Vierde keer naar de immigratiedienst, vierde lokketje (er waren er 12…). De man die ons te woord stond gaf aan dat het altijd 4 dagen duurde na het betalen voordat je het papiertje meekrijgt. We hebben hem vriendelijk gewezen op de notitie van zijn collega en wonder boven wonder kregen we na een tijd wachten (er ontbrak nog een 46ste handtekening) het fel begeerde papiertje mee. Vanaf de immigratiedienst zijn we gelijk doorgegaan naar Ubongo busstation om een buskaartje naar Mwanza te kopen voor de volgende dag. Een rit van 1200 kilometer op 1 dag. Dat is in Europa een lange rit (Nijmegen-Marseille is 1160km), maar hier is dat een nog vele grotere uitdaging. De kaartverkoop was snel gevonden en de kaartverkoopster schreef onze tickets uit en vroeg ons om ons telefoonnummer op de doorslag van het ticket te schrijven. ‘s-Avonds terug in het hotel ontving ik een sms van Nancy, de kaartverkoopster; “Sorry bart but i need a friend like u. Judith is wife?”. Okay, dat was een hele slimme manier om aan mijn nummer te komen. Hier had ik geen zin in, dus ik stuurde een bericht terug; “Yes, Judith is my wife, and I love her very much”. Zo daar was ik vanaf. Even ging het nog door mijn hoofd dat de kaartjesverkoopster onze tickets nu zou gaan verscheuren, maar dat bleek de volgende ochtend gelukkig niet het geval te zijn. Eenmaal aangekomen in Mwanza na de monsterrit ontving ik nog een sms. “Helow hour u mr and mrs. Sorry 4 any distabance but problem is life pls help my child i need it sponser. Im a single parents”. Tsja, wat moet je nou met zo’n sms.